VitaValley onderzocht de maatschappelijke waarde van een wijksamenwerkingsverband in Almere. Bij de huidige opstartende samenwerking levert elke geïnvesteerde euro 1,10 euro op. Bij sterk doorontwikkelde samenwerking is dat 3,70 euro.
Activiteiten vinden en verbinden
Almere richt tien wijksamenwerkingsverbanden in, ook wel hechte wijkverbanden. Daarin werken een huisarts, apotheker, wijkverpleegkundige en sociaal werker samen op wijkniveau. In Almere Haven lopen al veel activiteiten, zoals: voorzorgcirkels, een verpleegkundig inloopspreekuur, een eettafel, wandelgroepen en Welzijn op Recept. Samen bereiken die 545 deelnemers per jaar. Het wijksamenwerkingsverband zorgt ervoor dat meer inwoners de weg daarheen vinden.
De opdracht kwam van de ReHA, de regio-organisatie van huisartsen in Almere. ZonMw financierde het onderzoek.
Startend versus doorontwikkeld
Er is nog geen jarenlange data. Daarom berekenden we twee scenario’s. Allebei lopen ze over dezelfde vijf jaar: 2026 tot en met 2030.
Minimaal
Het minimale scenario beschrijft de huidige situatie in Almere Haven. Professionals bouwen aan het netwerk. Ze maken bestaand aanbod zichtbaar en betrekken inwoners. De SROI-ratio komt dan uit op 1,1. De opbrengsten liggen daarmee ongeveer gelijk aan de kosten.
Potentieel
Het potentiële scenario schetst een wijkverband dat niet meer startend is, maar staat en doorontwikkeld is. Dan vinden professionals elkaar snel, denken inwoners mee en wordt bestaand aanbod optimaal benut. De SROI-ratio komt dan uit op 3,7.
Doorontwikkelen
Het verschil zit in de ontwikkeling die de samenwerking in die periode doormaakt. In het minimale scenario groeit het aantal deelnemers aan activiteiten met 10 tot 15 procent. Het aandeel betrokken professionals loopt op tot 15 procent.
In het potentiële scenario groeit het deelnemersaantal met 20 tot 40 procent. Er ontstaan nieuwe activiteiten, zoals een sociaal café en maatjestrajecten. En 30 procent van de professionals in de wijk raakt betrokken.
Dezelfde vijf jaar leveren dus twee heel verschillende uitkomsten op. Het is hier dus niét een kwestie van tijd. Het gaat erom hoe je die tijd invult. Daarvoor heb je nodig: capaciteit, een gedeelde visie, heldere rollen en betrokken inwoners.
Wat zegt een ratio van 1,1?
Een ratio van 1,1 is goed te verklaren. Veel wijken zitten nog in de opstartfase. Het aantal deelnemers aan activiteiten blijft daardoor beperkt.
Bovendien rekenen we conservatief. Baten die we niet betrouwbaar in euro’s vangen, laten we buiten de berekening. Denk aan meer werkplezier bij professionals, minder druk op de arbeidsmarkt en meer vertrouwen tussen inwoners en instanties. Die waarde is er wel. Alleen weten we niet hoe groot.
Zes voorwaarden bepalen de uitkomst
Uit de co-creatiesessies en onze ervaring elders in het land komen zes werkzame mechanismen naar voren. Zonder deze voorwaarden blijft de opbrengst beperkt en kwetsbaar.
- Een basisinfrastructuur in de wijk: een buurthuis, voetbalvelden, een plek voor jongeren
- Het vermogen om bewoners te betrekken bij wat er nodig is
- Aanbod dat past bij de samenstelling en draagkracht van de wijk
- Gebruiken wat er al is, in plaats van opnieuw ontwikkelen
- Een samenwerkingscultuur die over organisatiegrenzen heen kijkt
- Activiteiten verbinden, zodat verwijzen makkelijker gaat
Gedrag weegt zwaarder dan structuur
Met structuur bedoelen we de formele kant van een wijkverband: een kernteam, samenwerkingsafspraken, overlegmomenten. Die kant is het snelst geregeld.
De maatschappelijke waarde van een wijksamenwerkingsverband ontstaat een stap later. Die komt voort uit wat mensen anders gaan doen. Denk bijvoorbeeld aan een huisarts die naar het sociaal domein verwijst. Of een inwoner die mee gaat doen aan een activiteit in de buurt. Blijft dat gedrag gelijk aan wat het was, dan blijft de opbrengst laag. Ook met een compleet ingericht kernteam. Daarom liggen de grootste afhankelijkheden bij zorgorganisaties, welzijnsorganisaties en inwoners.
De hefboom voor opschaling
Vier partijen bepalen of wijkverbanden kúnnen groeien: het ministerie van VWS, de zorgverzekeraar, de gemeente en het RESV. Zij voeren het werk in de wijk niet uit. Wel bepalen zij het geld en de kaders waarbinnen dat werk gebeurt.
VWS stelt wet- en regelgeving vast en bepaalt hoe zorg bekostigd wordt. Daarmee bepaalt VWS hoeveel ruimte er is voor samenwerking over domeinen heen. De zorgverzekeraar financiert het RESV en daarmee de wijkverbanden. Die keuze bepaalt de continuïteit. De gemeente regisseert het sociaal domein en zorgt voor de basisinfrastructuur: buurthuizen, ontmoetingsplekken, voorzieningen. Het RESV zorgt voor regionale regie, afstemming tussen disciplines en uniformering. Zo wordt opschaling mogelijk.
Ook bruikbaar buiten Almere
Overal in het land richten regio’s een RESV en hechte wijkverbanden in. Daar spelen dezelfde vragen over opbrengst, financiering en houdbaarheid na de subsidieperiode.
In Almere is die vraag concreet. Tot eind 2026 betaalt ZonMw het RESV. Vanaf 2027 is de zorgverzekeraar financieel verantwoordelijk, via een experimentele beleidsregel van de NZa. Die regeling loopt tot 2032. Daarna volgt evaluatie en structurele financiering.
De rapportage bevat de volledige berekening van de maatschappelijke waarde van een wijksamenwerkingsverband, alle aannames en de referenties.

